Historiek van reus

“De Kluizenaar van Bolderberg”

 

 

Lambert Hoelen, een vroom man uit Zolder, ging in 1670 en 1672 op pelgrimstocht naar Rome en Loreto (Italië). Hier staat volgens de overlevering het huisje van Maria, dat de familie di Angeli uit het Heilig Land had laten overbrengen. Lambert Hoelen was zo onder de indruk van de eenvoud van dit heilig huisje, dat hij bij zijn thuiskomst het zelf wilde nabouwen.

 

Ferdinand, Graaf zu Inhausen und Kniphausen, Baron van het Vrije Land van Vogelsanck en Heer van Zolder, verleende aan Lambert Hoelen op 16 januari 1673 de toestemming om binnen zijn land op het hoogste punt van de streek, namelijk op de top van de Bolderberg te Zolder, een kluis en kapel te bouwen “folgens dieselve forme ende groetheyt” van het heilig huisje van Maria te Loreto. Lambert Hoelen werd de eerste kluizenaar van Bolderberg. Hij kreeg twaalf navolgers tot 1880.

 

De kluis en de kapel werden een druk bezocht bedevaartsoord. Op 15 mei 1679 bekrachtigde Paus Innocentius XI door een pauselijke bulle de oprichting van het Broederschap van O.L.Vrouw van Loreto op de Bolderberg.

 

Op initiatief van wijlen José Cupers (Zee van de Kluis), oprichter en zaakvoerder van Hotel De Kluis in Bolderberg, maakte wijlen kunstenaar Lowie Beets uit Heusden in het begin van 2005 een reus die de eerste kluizenaar van Bolderberg voorstelde. Het was de bedoeling om via de deelname van de reus aan diverse culturele en volkse evenementen meer bekendheid te geven aan Bolderberg en zijn omgeving. Voor het aanmaken van het hoofd van de reus inspireerde Lowie Beets zich op twee prominente figuren uit de gemeente. Voor het voorhoofd inspireerde hij zich op José Cupers (Zee van de Kluis). De neus ontleende hij aan Baron de Villenfagne de Vogelsanck, ereburgemeester van Zolder en eigenaar van de kluis van Bolderberg. Volgens de oude Vlaamse reuzentraditie, en binnen het verbond van de reuzen der beide Limburgen, werd vervolgens een reuzengilde opgericht. Als gildenpeter fungeerde het reuzengilde ’t Remunsje van Roermond. Op 24 augustus 1986 werd de reus voor het eerst aan de bevolking voorgesteld op het bordes van hotel De Kluis te Bolderberg. Dat gebeurde door burgemeester Jaak Vandenwijngaert, die de eerste stappen van de reus zette en die hem vervolgens inschreef in de gemeentelijke registers van Heusden-Zolder.

 

Steeds volgens de gangbare tradities binnen de Vlaamse reuzenwereld werd de reus vervolgens gedoopt. Dat gebeurde op 28 juni 1987. Als peter en meter traden op: de heer Jos Gijsen, directeur van radio Limburg, en mevrouw Hilde Houben-Bertrand, deputé voor toerisme en later gouverneur van Limburg. Als reuzenpeter trad op: reus Den Hiër van Gèringe uit Bree. Reuzenmeter was Zwarte Mie van de heksenvereniging van de Hasseltse Banneux-wijk. Dit spektakel, gevolgd door een reuzenstoet met 29 Limburgse reuzen, bracht een nooit eerder geziene menigte in Bolderberg samen. Naar schatting 20.000 toeschouwers waren getuige van dit feestelijk gebeuren.

 

In 2004 werd de reuzengilde uitgebreid met een groep van 8 vendeliers en sinds 2007 maken eveneens 9 muzikanten deel uit van het gezelschap.

 

De reus Kluizenaar van Bolderberg is getooid met het zwarte habijt van de Augustijnermonniken, draagt op zijn kap het wapen van de Ferdinand graaf zu Inhausen und Kniphausen. De drie Sint-Jacobsschelpen verwijzen naar het wapen van Baron de Villenfagne de Vogelsanck. Deze familie is sinds 1741 eigenaar van het landgoed Vogelsanck en de kluis van Bolderberg.

 

Aan de voeten van de reus staat een miniatuur van de kluis van Bolderberg.

 

De reus is vergezeld door leden van het “Hof van Vogelsanck”, getooid in de 17de eeuwse kledij van de adel van het Land van Vogelsanck. Ook de bijhorende vendeliers en volksmuzikanten zijn getooid zijn in de 17de-eeuwse klederdracht. De kleurrijke kledij staat in schril contrast met het sobere en zwarte habijt van de kluizenaar.