De Vlaamse Reuzentraditie.

 

De reuzentraditie in ons land is zeer oud.  Wel te verstaan de traditie van de historische reuzen.  Deze zijn niet te verwarren en zeker niet te vergelijken met de carnavalsreuzen, die jaarlijks wijzigen en een ander doel hebben.

 

Als men spreekt over de Vlaamse reuzentraditie, betreft het niet alleen het Nederlandstalig deel van België, maar veeleer het gebied dat zich uitstrekt tussen Frans-Vlaanderen, en de Moerdijk en tussen de Noordzee en de Rijn.  Ook de Spaanse reuzentraditie en deze in Zuid-Amerika vinden hun oorsprong in Vlaanderen.  Door de Spaanse overheersing in de 16de eeuw werd de traditie in Spanje overgenomen.  De Spanjaarden introduceerden op hun beurt de reuzen in Latijns Amerika.

 

Reeds in de 12de eeuw worden in Vlaanderen reuzen vermeld.  In Limburg stamt de oorsprong van de reus van Hechtel uit 1160 en verwijst naar de toenmalige landheer Rudolf Hectela.  Ook de reus uit het Limburgse Bree, “Den Hier van Gèringe”, wordt reeds in de 12de eeuw vermeld, terwijl zijn ega, “De Dame van de Nieuwstad”, pas in 1449 haar intrede doet.  De Maastrichter reus “Gigantius” wordt voor het eerst gesignaleerd in 1550 bij de Blijde Intrede van Filips II in Maastricht.

 

In tegenstelling tot wat velen denken is de oorsprong van de reuzen niet folkloristisch.  Het is geweten dat de reuzen gebruikt werden als afschrikmiddel voor plunderaars en belegerende troepen.  Als een stad belegerd werd of als muitende troepen voorbijtrokken werd de stadsreus vaak aan de stadspoort geplaatst als “bewaker” van de stad.  Niet zelden stelden de reuzen heilige figuren voor.  Zo is de Roermondse stadsreus nog steeds Sint-Kristoffel.  Als gevolg van het levendig bijgeloof was het plaatsen van de reus, die een bijzondere bescherming van de stad waarborgde, vaak het gevolg dat de aanvaller de aftocht blies. 

 

In de meeste gevallen waren de reuzen de afbeelding van een plaatselijke held of een heilige.  De reus “Kin-Royer” uit het Maaslandse Kinrooi kent zijn ontstaan in de 15de eeuw rond de legende van een sterke houthakker.  “Kin” is de oude benaming voor “den”.  Kin-Royer betekent in feite de houthakker die dennen rooit.

 

Bij elke reus hoorde een gilde die instond voor het opstellen, afbreken en onderhouden van de reus.  Deze gilde kan men vergelijken met de schuttersgilden, die op hun beurt instonden voor de bewaking van de stad.  Beide gilden dienden door de stadsraad te worden geïnstalleerd.

 

Bij de opkomst van en het veelvuldig het gebruik van het buskruit in de stadsverdediging, gingen de eigenlijke verdedigingsfuncties van de schutters- en de reuzengilden verloren.  Vanaf de 17de eeuw werden de reuzen eerder het symbool van de stad of dorp.  Zowel de schutters- als de reuzengilden gingen van dan af tot de folklore behoren en werden het onderwerp van feestelijkheden.